Home
Belijdeniscatechisatie
Bijbelstudie
De Catechisant
Studiemateriaal
Pastoralia
Contact
Links
Nederlandse Geloofsbelijdenis
Het aanbod van genade
 
Komt het aanbod alleen tot de ontdekte zondaar (zoals wordt geleerd in de Gereformeerde Gemeente in Nederland) of tot iedereen die onder de woordverkondiging zit?
Het woord 'aanbod' of wat ermee samenhangt (aanbieden) komt in de Bijbel niet voor. De vraag is dus, wat er door de vraagsteller mee wordt bedoeld. Het is mij namelijk opgevallen dat sommige predikanten het woord veelvuldig gebruiken, terwijl anderen het bewust en beslist vermijden, omdat ze ontkennen dat het Bijbels is. Dan vraag je je af, waarom zou dat zijn? Betekent het dat de n zo'n ander zicht op deze zaak heeft dan de ander of betekent het dat mensen hetzelfde woord verschillend gebruiken? Bedoelt de n met het woord aanbod wat de ander met andere woorden zegt? En bedoelt de ander met datzelfde woord iets anders, namelijk wat beiden ontkennen?
Ik denk aan de remonstrantse opvatting achter het aanbod. Wanneer sommige rechtzinnige predikanten het woord aanbod afwijzen, doen ze dat omdat ze bij dat woord altijd die remonstrantse betekenis denken en omdat ze die remonstrantse betekenis van het woord aanbod terecht afwijzen. Anderen, even rechtzinnig, gebruiken het woord aanbod wel, maar niet op de manier van de remonstranten. Ze denken er heel iets anders bij en ze bedoelen er heel iets anders mee. En daar vandaan kan een misverstand groeien.
Daarom is van belang te weten, wat het betekent wanneer iemand zegt: het aanbod van genade komt alleen tot ontdekte zondaren. En wat een ander bedoelt wanneer hij zegt: nee, het aanbod van genade komt tot allen die onder de verkondiging van het Woord zitten?
Wanneer voorstanders van dit woord wat betreft de niet-ontdekte zondaren, en tegenstanders ervan goed zouden uitleggen wat ze bedoelen en goed naar elkaar zouden luisteren om precies te begrijpen wat de anderen bedoelen, dan kon het wel eens zijn dat het verschil heel niet zo groot is als het soms lijkt.
Ik voor mij gebruik het woord aanbod weinig. Als ik het gebruik, bedoel ik wat de kanttekeningen op de Statenvertaling bedoelen. Wat zeggen die dan? In Lukas 19 vers 44 weent Jezus over de hardheid van de inwoners van Jeruzalem en zegt dat zij de tijd van hun bezoeking niet bekend hebben. Deze uitdrukking verklaren onze vertalers in de kant, nummer 41, als volgt: Namelijk, waarin u door de prediking van het Evangelie de genade van God nu wordt aangeboden. Wat zouden onze statenvertalers bedoelen? Toch niets anders, dan dat de inwoners van Jeruzalem, die nu nog op het spoor van zonde en ongeloof zijn, Gods genade mochten aannemen!
Of zoals zij het schrijven in de kant op Openbaring 16 vers 9, waar staat, dat de mensen zich niet bekeren om aan God heerlijkheid te geven. Kanttekening 13 op 'om Hem heerlijkheid te geven' luidt: Namelijk, in het bekennen van Zijn rechtvaardigheid en het aannemen van Zijn barmhartigheid en genade, die hun wordt aangeboden. Met deze opmerking wordt hetzelfde bedoeld.
En in Jesaja 8 vers 15 staat, dat de inwoners van Jeruzalem zullen struikelen, vallen en verbroken worden. Kanttekening 58 bij het woord 'vallen' luidt: Omdat zij de aangeboden genade des Heeren door ongeloof zouden verwerpen, zou die hun tot grotere verdoemenis strekken.
In deze betekenis kunnen we het woord aanbod laten staan en we zien dat het zich uitstrekt tot onbekeerden, die onbekeerd zullen sterven en verloren gaan. Dus niet alleen tot ontdekte zondaren. Maar daarmee hebben onze getrouwe statenvertalers niet het woord aanbod op een remonstrantse manier gebruiken.
Wat betekent het dan? Dat een ieder mag komen tot Christus. Dat een ieder van de luisteraars van Hem gelovig gebruik mag maken. En dat geldt van ongelovigen in zekere zin ook. Maar in bijzondere zin geldt het wel van ontdekte zondaren. Zij mogen tot Jezus komen en van Hem gebruik maken.
Het is belangrijk dat we ons voor het remonstrantse gebruik van het aanbod hoeden. Zij bedoelen te zeggen: God wil iedereen zalig maken, en Hij biedt de zaligheid aan allen aan, maar nu ligt het in de macht van mensen om op dit aanbod in te gaan of om het af te wijzen. Wil God iemand wel zalig maken, maar die mens wil niet, dan gaat het niet door! God is dus afhankelijk van de keuze en gewilligheid van mensen. Dat houdt in dat uw zaligheid wel voor het grootste deel steunt op God en Zijn werk in Christus en door de Geest, maar dat uw zaligheid tegelijk toch uiteindelijk geheel en al afhankelijk is van uw eigen goede wil!
Als ik zo had moeten zalig worden en zo zal moeten zalig worden, was het voor mij een volstrekt onmogelijke en dus een voor eeuwig verloren zaak geweest en zal het ook een volstrekt onmogelijke en voor eeuwig verloren zaak zijn!
Zo'n godbeledigende en  onterende leer verwerpen wij van ganser harte. Als het aanbod dit moet betekenen, zijn we het volkomen met hen eens, die het niet wensen te gebruiken.
Maar omdat onze contra-remonstrantse statenvertalers in hun kanttekeningen het woord toch gebruiken, mogen we voorzichtig stellen: al komt het woord 'aanbod' in de Bijbel niet voor en al is het dus niet verkeerd om dit woord niet te gebruiken, toch is het goed mogelijk om op een rechtzinnige manier over 'aanbod van genade' te spreken, zelfs aan niet-ontdekte zondaren.
Laat de vraagstelling over wel of niet algemeen, onvoorwaardelijk en welmenend aanbod van genade voor ons niet een verstandelijke zaak zijn, maar laten we onszelf onderzoeken of we er eerlijk belang bij hebben.
Ik vraag u: wat maakt het u nu wezenlijk uit, of Christus u wel of niet wordt aangeboden? En of de genade alleen voor een ontdekte zondaar is of niet? Bent u er in uw nood bij betrokken? Dan leert de Schrift ons - op het standpunt van zowel voor- als tegenstanders - dat een ieder die deze Christus niet meer missen kan en die het zonder deze genade niet meer stellen kan, komen mag! Nu! En ook geldt vanuit voor- en tegenstanders: als we er niet werkelijk belang in stellen om met God verzoend te zijn, wat bekommeren we ons dan over zulke vraagstellingen? Onderzoek uzelf nauwgezet en vraag om genade tot waarachtige bekering.
Is er echter iemand die zich afvraagt: mag ik wel tot de Zaligmaker der wereld komen? Want misschien is het aanbod niet voor mij?! Dan zeg ik u: als de nood in uw ziel nog z klein is dat u het zich nog kunt permitteren om over het aanbod van genade uw hoofd te breken, vraag dan of u een even grote nood mag hebben als de Kananese vrouw, die ook geen algemeen aanbod van genade in haar jas had, maar die wel goede gedachten van Jezus Christus de Zoon van David in haar hart had en die met haar nood het niet kon laten om Hem 'lastig te vallen'. Nu, doet u het dan ook maar! Of de genade u nu wordt aangeboden of niet..., laat dat onderwerp gerust zitten en laten daar de heren theologen zich maar mee bemoeien, maar laat niet af hand en oog op te heffen naar omhoog!
Het onderwerp van het aanbod van genade is uiteindelijk alleen van belang, als het gaat om bezwaren in het komen tot Christus te voorkomen of op te lossen. Dan zeg ik u: bent u verlangend om uw nood aan Hem kwijt te raken en om uw schuld aan Hem over te doen? Anders gezegd: hebt u er een sterke begeerte naar dat Christus Zijn Naam en Ambt aan uw ziel zal bekendmaken...? Laat dan vanuit het waarachtige Woord des HEEREN duidelijk zijn dat u niet zult worden afgewezen, maar bij Hem Goddelijk welkom bent. Neem de proef, onderzoek het persoonlijk. Het zal niet tegenvallen! Zelfs al moet u Hem klagen: ik ben vast nog geen ontdekte zondaar...!