Home
Belijdeniscatechisatie
Bijbelstudie
De Catechisant
Studiemateriaal
Pastoralia
Contact
Links
Nederlandse Geloofsbelijdenis
Gekocht en toch verloren?
 
Een vraag wordt gesteld over II Petrus 2 vers 1. Daar lezen we over valse profeten in het Oude Testament. Petrus zegt: zoals er in de Oudtestamentische tijd valse profeten waren (en niet alleen ware profeten), zo is het ook in onze tijd. Er zijn ook nu niet alleen goede, getrouwe dienstknechten van God, maar ook valse. Deze dienstknechten van God worden leraars genoemd, omdat zij de leer onderwijzen. Valse leraars zijn zulke mannen die net doen alsof ze de waarheid brengen, maar ondertussen brengen ze heimelijk een leugenleer. Niet alleen maar leugen, nee, waarschijnlijk veel waarheid vermengd met een beetje leugen. En als dit eenmaal ingang heeft gevonden, wordt de verhouding wat veranderd en wordt er steeds meer leugen onder de waarheid vermengd en na enige tijd is er bijna geen waarheid meer te ontdekken en is bijna alles leugenleer geworden.
Nu staat er van deze valse leraars (pseudo-leraars), dat ze de Heere verloochenen. Met deze Heere wordt volgens de kanttekening Christus bedoeld. Hoewel een man als dr. John Owen benadrukt dat het Griekse woord dat hier wordt gebruikt, vooral op God de Vader duidt. En ook dr. John Gill, een gezaghebbend man in de Philpot-gemeenten, wijst daarop. Maar de kanttekening laat het op Christus slaan. Waarom? Omdat er staat dat de Heere hen heeft gekocht. Begrijpelijk is om bij deze uitdrukking te denken aan de loskoping door Christus' bloed. Als dit zou zijn bedoeld, zoals ook de vraagsteller meent, dan komt er een probleem.
Het probleem is als volgt: hoe kan iemand die door Christus' dierbaar bloed is vrijgekocht, verloren gaan? Want dat staat erbij in II Petrus 2 vers 1: "…een haastig verderf over zichzelf brengende." Is het mogelijk dat iemand verloren gaat terwijl Christus voor hem aan het vloekhout heeft gehangen? Zo ja, wat heeft dan de loskoping door Christus, de verzoening door Zijn bloed, nog voor waarde? Dan is het misschien wel groot dat Christus dit lijden en sterven heeft ondergaan, maar dan houdt dit dus nog niet in dat iemand zalig wordt. Dan is zalig worden van iets anders afhankelijk.
Sommigen stellen het zich zo voor dat het offer van Christus niet de werkelijkheid van de verzoening heeft aangebracht, maar alleen de mogelijkheid. Dat betekent: Christus is voor alle mensen gestorven, maar alleen de gelovigen worden zalig. Dit geloof is dan geen werk van de mens, maar een gave van God. Zo blijft het zalig worden wel een eenzijdig werk van God alleen. Maar toch is er dan het probleem dat het lijden en sterven van Jezus Christus niet krachtig is voor al die mensen voor wie Hij is gestorven. Dan doet zich het probleem op: wat is dan de eigenlijke waarde en inhoud van Christus' offerdood?
Daarom kiezen de kanttekenaren of statenbijbel-vertalers voor een andere oplossing van dit probleem. Ze zeggen: het gaat bij dit 'gekocht zijn' niet erom dat Christus' offer daadwerkelijk voor hen is gebracht. Maar het gaat over hun belijdenis: die valse leraren / predikanten geven zich uit voor gekochten. Ze zeggen dat Christus voor hen is gestorven, en ze beelden het zich misschien ook wel in. Maar dat zegt nog niets over de vraag of Christus daadwerkelijk ook voor hen Zijn dierbaar bloed heeft gestort. Iemand kan dat wel belijden en menen, maar dat kan allemaal wel een duivelse verleiding en een vreselijke vergissing zijn.
De uitdrukking dat de valse leraars of predikers zijn gekocht door de Heere, opgevat als de Heere Jezus Christus, kan ook opzicht hebben op het geloof van de gemeenteleden. Omdat deze schijndominees zich uitgeven voor echt bekeerd en waarlijk met God verzoend, daarom houden gemeenteleden hen daar ook voor. Zolang deze valse leraars niet openbaar komen, moeten gemeenteleden hen er immers ook voor houden dat ze waarlijk door Christus' bloed zijn gekocht en verzoend en dus kinderen van God zijn.
Deze uitleg lost het probleem op. Er is nog een uitleg, die ik net al heb genoemd, in de bijbelverklaring van John Gill. Hij zegt dat het woord 'Heere' hier niet op Jezus Christus slaat. Voor de Zoon van God wordt in het Grieks steeds het woord 'Kurios' gebruikt, dat wij vertalen met 'Heere'. Maar hier staat het Griekse woord 'Despotes', dat alleen voor God de Vader wordt gebruikt. Dit blijkt nog duidelijker uit de brief van Judas vers 4, waar min of meer hetzelfde staat als in II Petrus 2 vers 1 en waar de aanduiding 'Despotes' op God de Vader slaat en waar ook direct daarbij de aanduiding 'Kurios' staat met betrekking tot Jezus Christus. Er staat over die valse leraars dat zij de enige Heerser (Despotes) God en onze Heere (Kurios) Jezus Christus verloochenen. U ziet dat onze statenvertalers het woord 'Despotes' hier vertaald hebben met 'Heerser' en niet met 'Heere'.
John Gill verwijst ons in verband met deze uitleg van de aanduiding 'Despotes' naar Deuteronomium 32 vers 6, waar staat dat de HEERE Zijn volk Israël verkregen heeft. Bij het woord 'verkregen' staat in de kanttekening: of gekocht. En dan zou het dus in II Petrus 2 vers 1 hetzelfde kunnen betekenen wat het ook in Deuteronomium 32 vers 6 betekent. Namelijk niet een kopen / verkrijgen door het verzoenende bloed van Jezus Christus, maar een kopen of verkrijgen in overdrachtelijke of figuurlijke betekenis. Namelijk dat de Heere Zijn volk Israël, ook de onbekeerden onder hen, apart had gesteld onder de volken. Dat er dus sprake is van een uiterlijke reiniging, een uiterlijke heiliging, een uiterlijke band met God en met Jezus Christus. En dan zou de uitdrukking in Petrus' brief dus niet betekenen dat iemand door het dierbaar bloed van Christus van al zijn vuile zonden verlost kan zijn en toch nog voor eeuwig verdoemd kan worden.
Deze uitleg van dr. John Gill acht ik ook erg goed. Maar welke uitleg we ook nemen, zeker is dat we niet hoeven te denken dat het offer van Jezus Christus door dit vers uit de tweede brief van Petrus minder waardevol of krachtig moet worden beschouwd.
We gaan over tot de toepassing. Hoe staat u tegenover de Heere of Heerser, God? En tegenover Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus? Ziet u waarde in Zijn dierbaar bloed? Of bent u slechts uitwendig aan God verbonden? Laat ons de bedoeling van Petrus ter harte nemen. Hij waarschuwt ervoor dat iemand heel veel van de waarheid kan kennen en er grote invloed van kan hebben ondergaan, maar uiteindelijk toch kan afvallen en als een huichelaar openbaar komen! O, wat hebben we ons nauwgezet te onderzoeken hoe het in waarheid bij ons is!