Home
Belijdeniscatechisatie
Bijbelstudie
De Catechisant
Studiemateriaal
Pastoralia
Contact
Links
Nederlandse Geloofsbelijdenis
Wie zijn uitverkoren?
Iemand las in een artikel het volgende: "Een onmachtige God Die wacht op juw beslissing, totdat jj je hart voor Jezus opent, is een verdraaiing van de Bijbelse waarheid van de almachtige, soevereine God, Die zaligmaakt wie Hij heeft verkoren." Hij schrijft mij het volgende:
Ik weet niet wat uw definitie van Bijbelse waarheid is, maar in de Bijbel lees ik letterlijk dat Jezus gekomen is om de zondaars te helpen en dat Hij de moordenaar aan het kruis die werkelijk in Hem geloofde, toegang tot de Hemel garandeerde, onafhankelijk van wat hij in zijn leven gedaan had. God wacht dus wel degelijk tot wij ons hart voor Hem openen. De uitverkorenen zijn zij die ervoor kiezen Hem te volgen.
 
Waar de criticus letterlijk in de Bijbel heeft gelezen dat Jezus kwam om zondaren te helpen, weet ik niet, maar ik kan het met de beste wil in de wereld nergens vinden. Misschien weet iemand een tekst?
 
Maar nu inhoudelijk: wie kiest wie? Kiest God mensen, of kiezen mensen God? Volgens de vraagsteller kiezen sommigen voor God, en God kiest die mensen dan weer om ze zalig te maken. Jezus zegt het - dacht ik - net andersom in Johannes 15 vers 16: "Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren." Gesteld dat de criticus gelijk zou hebben en dat God wacht totdat wij ons hart voor Hem openen... Hoe lang zou God dan moeten wachten? Als je de volgende Godspraken leest, hl lang. Genesis 6 vers 5: "En de HEERE zag dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten van zijn hart te allen dage alleen boos was." Jeremia 17 vers 9: "Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?" Markus 7 vers 21-23: "Van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten, overspelen, hoererijen, doodslagen, dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hoogmoed, onverstand. Al deze boze dingen komen voort van binnen, en verontreinigen de mens." Romeinen 8 vers 5-8: "Zij die naar het vlees zijn, bedenken wat van het vlees is; maar die naar de Geest zijn, bedenken wat van de Geest is. Want het bedenken van het vlees is de dood; maar het bedenken van de Geest is het leven en vrede; omdat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich aan Gods wet niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen."
 
Als ik deze Godspraken ernstig moet nemen, is de conclusie gewettigd die Paulus vanuit de Heilige Schrift trekt (Romeinen 3 vers 10-19): "Er is niemand rechtvaardig, ook niet een; er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot n toe. Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvergif is onder hun lippen. Wier mond vol is van vervloeking en bitterheid; hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; vernieling en ellendigheid is in hun wegen; en de weg van de vrede hebben zij niet gekend. Er is geen vreze Gods voor hun ogen. Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de hele wereld voor God verdoemelijk zij." Dit geldt dus niet sommige extreem slechte mensen, maar ons allen, zoals wij geboren worden.
 
Wie kiest dus wie? Wij in ieder geval God niet!
 
God wacht totdat wij ons hart voor Hem openen? En waarom opende Hij dan Lydia's hart wel (Handelingen 16 vers 14)? En opende Saulus van Tarsen zijn hart ook voor God? Hij schrijft over zijn verleden (Titus 3 vers 3): "Ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en afgunst levende, hatelijk zijnde, elkander hatende." En wat volgt in vers 4? Maar toen ik mijn hart voor de Heere opende, toen? Nee, lees maar: "Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, heeft Hij ons zalig gemaakt." Ten overvloede vervolgt de apostel met: "niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid." Conclusie: In ieder geval heeft God bij Saulus van Tarsen niet gewacht totdat hij zijn hart opende, maar is Hij Zelf begonnen.
 
Geliefde lezer, bent u begonnen of is God begonnen? Jezus Zelf zegt over dit ontzagwekkende verschil in Matthes 15 vers 13: "Elke plant die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden." Dus alle geloof enzovoorts van MENSELIJKE MAKELIJ is voor het vuur! Alleen wat van God komt, dat zal eeuwig bestaan!
 
U moet het weten, u kunt het weten. Waaraan? God werkt in de volgende weg die Hij Zelf ons als algemene waarheid leert in Markus 10 vers 25-27: "Het is lichter, dat een kameel gaat door het oog van een naald, dan dat een rijke in het Koninkrijk Gods ingaat." De discipelen zijn door deze opmerking - begrijpelijk - totaal verbijsterd en zeggen tot elkaar: "Wie kan dan zalig worden?" En wat is Jezus' antwoord? "Die zijn hart voor Mij opent, kan toch zalig worden" Welnee, we lezen: "Jezus, hen aanziende, zei: "Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God.""
 
Dat zij uw en mijn ervaring: totaal onmogelijk, niets van ons erbij; en dan vanuit het vrijmachtige welbehagen van God uit genade zalig worden, zodat onze hele bekeringsweg als volgt is samen te vatten (Romeinen 9 vers 16): "Zo is het dan niet van hem die wil, noch van hem die loopt, maar van de ontfermende God."
 
We zien dus dat geen mens vanuit zichzelf God bemint, zoekt, vreest of kiest. Geen enkel mens! Wanneer er toch mensen voor God en voor Jezus leren kiezen, is dat volgens Gods Woord louter vrucht van Gods kiezend welbehagen. Ja, dan gaan mensen werkelijk voor God kiezen en voor Jezus en voor het heil dat nooit vergaat: wij worden namelijk echt niet tegen heug en meug zalig... Een voorbeeld van dit kiezen vinden we in het laatste vers van Lukas 10. Jezus is te gast (en is Gastheer) in het huis van Maria en Martha. Maria zit aan Zijn voeten om Zijn Woord te horen. Dat plaatsje had ze gekozen. Daar was ze niet door Jezus neergezet, maar dat was haar vrijwillige keus. Hoor maar wat Jezus tegen Martha zegt: "Maria heeft het goede deel uitgekozen." De Heilige Schrift geeft niet met zoveel woorden aan, waar deze goede keuze van Maria vandaan kwam: uit haarzelf of uit God. Zo lezen we van koning Josia "in het achtste jaar van zijn regering, toen hij nog een jongeling was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken." Wie gaf hem dit in? Wanneer wij Schrift met Schrift vergelijken, kunnen we niet anders zeggen dan dat dit door Gods Geest hem werd ingegeven. Toch is er niets onwaars in de stelling: "Maria koos voor Jezus" of: "Josia besloot de Heere te dienen." Wanneer dan ook iemand zegt: ik heb voor Jezus gekozen, zegt hij niets verkeerds (verondersteld eventjes dat de persoon waarlijk een kind van God is), want alle kinderen van God kiezen voor Jezus. De bewering is wel eenzijdig en voor misverstand vatbaar, maar ze is niet onwaar. Als er echter bij wordt gezegd (en dat gebeurde door de vraagsteller), dat wij dit zelf kunnen en vanuit onszelf beslissen - dn worden de zaken anders. Dan wordt die bewering onwaar.
 
Wij worden in de Heilige Schrift opgeroepen om te kiezen. We kiezen weliswaar vanuit onszelf alleen maar tegen God, maar dat maakt de oproep niet zinloos, die Mozes in Gods Naam tot het volk Isral richt in Deuteronomium 30 vers 19: "Ik neem heden tegen u tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad."
 
David mag dezelfde begeerte hebben als Maria en Josia, zoals blijkt in Psalm 84 vers 11: "En dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders; ik koos liever aan de drempel in het huis van mijn God te wezen, dan lang te wonen in de tenten der goddeloosheid."
 
Hoe komt het dat vijanden toch die totaal andere keus gaan maken; dat ze niet tegen hun wil zalig worden? Hoe komt het dat zij nu (opeens) voor God gaan kiezen? Bedenken ze zich? Raadt God hen aan om toch niet zo dwaas te zijn om zich te verzetten, maar om wijs te zijn en voor Gods genade te kiezen; en nemen zij dan de goede beslissing zelf? Nee, God gaat verder dan alleen maar argumenten aanreiken en hun verstand overtuigen. God werkt bij allen die voor Jezus kiezen, deze keus in het hart. Zo spreekt de apostel Paulus erover in zijn brief aan de Filippenzen, hoofdstuk 2 vers 13. Hij zegt dat het God is, Die in Zijn kinderen werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen. En daarom kan hij ze oproepen: "Werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven."
 
Er staat niet in de Bijbel: zalig is hij die voor God kiest, maar: zalig is hij die door God is gekozen: "Welgelukzalig is hij die Gij verkiest, en doet naderen, dat hij woont in Uw voorhoven."
 
En de lofzang in de hemel is voor niet 1/1000-ste gedeelte voor Maria of David of Josia die voor God kozen (of voor u of voor mij, die voor God leerden kiezen en steeds weer mogen leren kiezen), maar uit de grote massa van allemaal (van nature) tegen God kiezende mensen bezingen de gezaligden het Lam, van Wie ze uitjubelen: "Gij zijt geslacht, en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie; en Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters; en wij zullen als koningen heersen op de aarde."